Corona

Corona klapt niet voor de zorg

De tranen stromen over haar wangen als ik vraag hoe het gaat. We ontmoeten elkaar in onze straat, waar anders. Ze is moeder van een groot gezin én arts op de intensive care. En vooral moe, de vermoeidheid tekent haar gezicht. “Het is heel erg druk, te druk gewoon” vertelt ze. Of we nu aan het einde van het begin zitten, zoals Rutte deze week al opmerkte?  Ze weet het niet. Het is in ieder geval nog lang niet voorbij.   

Ik vraag of ik iets voor haar kan doen. Klappen misschien maar of dat helpt? Haar lach breekt even door haar tranen heen. Thuis is alles geregeld. Ja, thuisblijven, dat kunnen we doen.  “Anders kun je net zo goed je middelvinger naar ons opsteken”.

Applaus. Mooi om te zien en tegelijkertijd bezorgt het me jeuk. Altijd al gehad overigens. Stille tochten, “je suis Charlie” op je Facebook zetten en buiten staan om te klappen om de volgende dag stoïcijns langs daklozen lopen, doorbellen terwijl je afrekent in de supermarkt en blijven hamsteren? Wat voegt dat dan toe? Zal dit ons nu wel veranderen?

Klap ik dan niet? Natuurlijk wel. Ze verdienen ons applaus. Zeker! Allemaal! Wat er in die korte tijd door heel velen wordt neergezet? Fantastisch en ongekend. 

Laten we zeker klappen. En daarnaast hen ons vertrouwen geven. Erop vertrouwen dat we weten dat ze met man, vrouw én macht werken om dit enge virus onder controle te krijgen en te verslaan. Laten we ze steunen als er toch straks hele moeilijke besluiten genomen moeten worden over leven en dood. Ze daarin ook helpen als dat al kan. Laten we er gewoon zijn. Nu en vooral ook straks als dit allemaal achter de rug is. Laten we hen dan ook niet vergeten maar er juist zijn. Ze zullen ons nodig hebben. 

Ik ben er en zal er zijn. En tot die tijd klap ik mijn handen kapot. 

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *