Gezin en zo

Zoonlief is geprikt

Vaccinatiedag! Maar zoonlief gaat naar de dierentuin dus die is er niet mee bezig. Ik wel. En ga aan het werk. 

Ik check Nu.nl en schrik: “RIVM onderzoekt mogelijk onveilig type borstimplantaat na Frans verbod”. Eerder publiceerde ik mijn column over het groeiend wantrouwen bij burgers en falende instituten als een van de mogelijke verklaringen voor de dalende vaccinatiegraad. En dit is precies wat ik bedoelde: Frankrijk verbiedt meteen, RIVM gaat eerst onderzoeken. Gelukkig nemen de artsen wel direct stelling.  

Zoonlief eet die avond zijn spinazie met smaak, het is te zien. Ik vertel ondertussen dat de prik straks misschien pijn kan doen. Puberdochter dikt lekker aan hoe vreselijk het is maar mijn kanjer eet onverstoord door. Hij heeft andere bezigheden. 

In zijn vaccinatiebewijs lees ik hoe vaak we al in hem hebben laten prikken. Zelden dacht ik er zo over na als nu. Was ik zo er mee bezig als nu. We moeten nu gaan. 

Iets over zessen parkeer ik mijn auto, vakkundig geregisseerd door verkeersregelaars, bij het hotel met de Toekan op het dak. Voor deze gelegenheid feestelijk versierd met grote oranje ballonnen en kleurrijke pijlen. Hier vindt een grote logistieke operatie plaats, dat is duidelijk. 

Overal komen tieners aan. Het is eigenlijk hun beurt nu, wij mogen tussendoor. Lopend, met de scooter of op de fiets. Een enkeling met een moeder erbij. Lange slungels, mooi opgemaakte pubermeisjes en stoerkijkende macho’s. Zoonlief lijkt ineens heel klein en met zijn hand stevig in de mijne sluiten we in de rij aan.  

Als ze dadelijk maar niet de verkeerde prik zetten. Daar is aan gedacht: zoonlief krijgt een groen geplastificeerd A4 met “DTP” en een rode variant met “BMR” erop in zijn handen gedrukt. Met een wee gevoel in mijn maag lopen we door naar de achterste tafel. 

Ik houd de babbelende dames nauwlettend in de gaten terwijl ze het vaccin klaarmaken. Ze werken geconcentreerd en praten ondertussen gezellig met zoonlief die al op die grote stoel zit. Ik zie het Rode Kruis klaar staan met een brancard. Aan alles is gedacht.

Zoon telt tot 10 en bij 8 trekken beiden verpleegkundigen de naald alweer uit zijn bovenarmen. Mijn kanjer trekt zijn trui aan en blijft maar praten. 

Op weg naar huis koop ik snel voor hem én vooral voor mezelf een troosttoetje: Chocolademousse.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *